Varkens in Nood moet megastallen steunen

Cijfers waaruit Varkens in Nood verkeerde conclusie trekt

De conclusie die Varkens in Nood trok op basis van de cijfers van de varkenssector over biggensterfte zijn niet correct, rekenden zowel Trouw als Foodlog na. Foodlog gaat verder en toont aan dat diezelfde cijfers iets anders laten zien. Sterfte op grote varkenshouderijen waar meer varkens gehouden worden is lager dan op kleinere bedrijven. Kortom, het zou heel wat dode biggen besparen als we megastallen hadden.
Steunt Varkens in Nood dus de trend naar schaalvergroting en megastallen?

Oproerkraaien makkelijker dan constructief meedenken

Nee, Varkens in Nood kiest de ‘makkelijke weg’: het voeren van de sentimenten van dierenliefhebbers. Roepen dat het bar en boos is. Terwijl werkelijke vermindering van dierenleed behaald zou kunnen worden met oplossingen die bij het publiek lastiger uit te leggen zijn. Varkens in Nood voedt dus misconcepties in ruil voor populariteit bij een gemakzuchtig publiek, in plaats van werkelijk te kijken naar hoe we biggen en varkens kunnen houden op een ethisch verantwoorde wijze.

Dilemma’s zijn complex: kennis van verschillende betrokkenen nodig

En dat terwijl het uitzoeken en uitleggen van alle oplossingen en ‘hoe het echt zit’ steeds belangrijker en moeilijker wordt.
Wat is dierwelzijn? Hoe hebben biggen en varkens het beste leven? ‘Natuurlijk’ blijkt helemaal niet hetzelfde als diervriendelijk te zijn, om dat het nu eenmaal gepaard gaat met relatief veel ziekte en dood. Bij het bepalen van een koers in dat soort dilemmas zou de overtuiging en visie van ViN een belangrijke bijdrage kunnen spelen.

Vervolgens zou bij het uitleggen van bepaalde dilemmas de kennis van Varkens in Nood over hoe te communiceren met hun achterban en het brede publiek veel waard zijn. In plaats van te leven van sensatie schandaal naar rel, in de rol van oproerkraaier, zou Varkens in Nood kunnen meewerken aan ‘samen kennis maken’.

LNV, varkenshouders, doe mee in ‘nieuwe democratie’

De kennis van LNV en van de varkenssector zelf is daarin óók heel belangrijk. Waarom blijft de varkenshouderijsector maar zwijgen, waarom laat ze Foodlog de kastanjes uit het vuur halen? Tegenwoordig hebben we, met Internet, de politieke agora waar je op transparante wijze, zichtbaar voor achterbannen, samen kennis kunt maken. Noem het de nieuwe democratie.

Betrokkenen bij complexe issues hoeven zich dus niet langer tegen elkaar in het harnas te laten jagen en vanuit ivoren torens of schuttersputjes met modder te gooien…. dat vertroebelt de zaak maar, en dat is zo sneu voor de biggen die wellicht onnodig sterven. Het kan gewoon in een openhartige kennisuitwisseling op podia als Foodlog en GUUS, gesteund door kennis vanuit de achterban. Net als bij de ‘oude’ democratie, schept het niet alleen rechten maar ook morele verplichtingen.  De plicht om mee te doen, in een democratie waar achterbannen niet gefopt, maar gehoord en geinformeerd worden.

Aangetoond: Varkens in Nood heeft ongelijk over biggensterfte. Hebben ze toch een punt?

Waarom is die sterfte zo hoog en kan die omlaag?

Ondertussen gaat het in de meeste berichten over de biggensterfte helemaal niet over die ruim 6 miljoen biggen per jaar die de slacht niet halen. De sector zelf komt niet met completere cijfers, en pakt niet deze kans om alle argumenten tot op het bot uit te redeneren. Goed, het is gebleken dat de cijfers waarop de rel gebaseerd is niet compleet genoeg zijn om conclusies aan te verbinden. Maar we weten immers best veel -zelfs zonder de precieze cijfers?

Al is het procentueel allemaal goed te begrijpen, in absolute aantallen sterven er schrikbarend veel biggen. Veel meer dan ik had verwacht. Een laag percentage van heel erg veel afgeleverde varkens, is toch nog heel erg veel dode varkentjes die het niet halen. Naar aanleiding van dit alles deed ik navraag bij varkenshouders. (antwoorden zijn ook gedeeld bij reacties op Foodlog).

Ik ben onder de indruk van deze varkenshouders als geinformeerde vakmensen. Zelf zijn ze trots op wat ze doen, en bereid om met open vizier te laten zien wat ze doen. Toch hebben we in overleg besloten om niet hun namen hierbij te vermelden, uit angst voor acties.

Interview met varkenshouder

Vraag: Wat veroorzaakt biggensterfte en welke kansen zie je om die nóg verder omlaag te brengen?

Antwoord: Grootste veroorzaker van de sterfte is dat de zeug op haar eigen biggetjes gaat liggen.

Een oplossing waar nog winst is te behalen is betere hokinrichting en electronica. Bijvoorbeeld een beweegbare bodem in de kraamstal. Als de zeug gaat staan ontstaat een nivoverschil, zodat de biggen in veiligheid zijn tot nadat zeug weer is gaan liggen.

Soms heeft een zeug ook te weinig melk, om alle biggen te zogen. We maken dan wel gebruik van “pleegmoeders”, dus biggen overleggen naar andere zeugen. Maar dit is zwaar voor de zeug. De ‘biggencouveuse’ met kunstmelk is een goede oplossing voor verweesde en zwakke biggen.

Ook in de fokkerij is nog een slag te maken: vroeger werd gefokt op aantal levend geboren. Nu op ‘aantal grootgebracht’ en op vitaliteit van biggen. Bv Topigs is bezig met een groot onderzoeksproject waar grote aantallen biggen gewogen en gemeten worden. Het blijkt dat sommige zeugen meer uitval geven dan andere. Sommige zeugen geven betere, vitalere biggen. Sommige zeugen zijn ook echt betere moeders. Daar wordt nu veel aandacht aan besteed in de fokkerij en dat levert al resultaten.

De verwachting is dat sterfte procentueel nog wel kan dalen.

Vraag: De sterfte percentages liggen beduidend hoger in de biologische varkenshouderij in vergelijking met gangbaar; Waarom is die sterfte nou precies hoger bij biologisch?

Antwoord: Vooral door vaker doodliggen: hokinrichting dus. De zeugen hebben meer bewegingsvrijheid, wat maakt dat de biggen minder beschermd zijn. De varkens die gebruikt worden zijn qua genetica dezelfde. In de biologische varkenshouderij zijn de tomen (aantal biggen per worp) zelfs groter in vergelijking met gangbaar. Dit komt omdat een langere zoogtijd gehanteerd wordt. De zeugen zijn niet in betere conditie, het zogen kost namelijk veel van ze, maar de baarmoeder heeft wel meer tijd om goed hersteld de volgende dracht in te gaan. Dat levert meer biggen.

Daarbij komt dat de gangbare varkenshouderij veel hygienischer werkt. Daardoor is er minder ziekte. Minder diarree, terwijl één flinke diarree uitbraak al 5% kan schelen.

Ik vind ons gangbare systeem prima, ik weet dat we het zo goed mogelijk doen. Daarbij vind ik biologische of andere systemen óók prima; zolang er zorgvuldig met de dieren omgegaan wordt is iedereen vrij om een markt te vinden voor zijn produkt. Feit is wel dat de andere systemen een hogere kostprijs hebben en dat het nog niet meevalt om de consument daarvoor te laten betalen. Consumenten zeggen wel iets, maar kopen iets wat daarmee niet in overeenstemming is.

Vraag: Er zijn geen goede en goedkope euthanasie methodes ter beschikking aan de boer; Wordt er daardoor meer of langduriger geleden door zwakke dieren? Wat is de boerenpraktijk, wachten? Een tik geven?

Antwoord: Dit is een enorm dilemma. Euthanasie mag niet. Dierenarts te duur: ook de consument wil hier niet voor betalen. Praktijk: het allermoeilijkste van het vak. Een beest zien kreperen is het ergste wat er is. Het verlossen is vreselijk om te doen. Er is maar één ding dat erger is: het laten lijden. De beslissingen hieromheen, en dus ook de discussies zijn vreselijk moeilijk. Bij humane euthanasie komen we er immers ook niet goed uit? Wanneer is het lijden? Wanneer neem je het besluit?
Het komt NIET vaak voor, maar het komt voor dat we een beest moeten verlossen. Een big krijgt een tik en een oudere big wordt doodgespoten. Dus: ja, er is behoefte aan legale, goede en goedkope euthanasie methoden die ter beschikking van boeren staan.

Vraag: Wat is de huidige trend: specialisatie van zeugenbedrijven (‘vermeerderaars’) en vleesvarkens (waar jonge biggen tot slachtgewicht gemest worden), of juist meer “gesloten bedrijven”, dus die beide binnen één bedrijf doen? Zijn er verschillen in resultaten voor wat betreft biggensterfte?

Antwoord: Jarenlang is er gespecialiseerd. Nu wíl iedereen juist weer gesloten worden, maar lang niet altijd kan dat ook financieel. Het voordeel van een gesloten bedrijf is dat de tussenhandel eruit gehaald wordt. De afzet is ook iets stabieler. De resultaten zijn technisch gezien iets minder, iets meer sterfte dus.

We vergelijken op dit moment ons bedrijf heel kritisch met een collega. Dat gaat tot op detail nivo. We kennen tot in detail onze cijfers, inclusief de sterfte per leeftijd fase. Ook wat betreft antibiotica gebruik zijn we zeer kritisch. Het is écht niet zo dat er wat aangerommeld wordt op varkensbedrijven.

Vraag: Zelfs als ze aantoonbaar verkeerd worden afgeschilderd, komen boeren of sector woordvoerders niet met een verweer, of betere cijfers.Hoe kunnen we boerenkennis weer verbinden met andere kennis?

Antwoord: We denken zeker niet dat het wel weer overwaait, maar we voelen ons, als varkenshouders, wel steeds vaker gediscrimineerd. Dat maakt een discussie met de media wel lastiger. Het gedoe tussn NVV en LTO-varkens doet er zeker geen goed aan.
Ondertussen proberen we zelf het nodige: door mensen die onbekend zijn met de sector uit te nodigen, door schoolklassen uit te nodigen. De strikte hygiene regels maken het wel lastig; we kunnen niet zomaar mensen in de stal laten. En ja, ik denk dat interactie via Internet met critici en andere betrokkenen wel kan bijdragen.

Agrarische journalistiek en nieuwe media

Wat kunnen we leren van de berichtgeving rond varkenssterfte*?

Stef Severt van Agrarisch Dagblad vroeg zichzelf dat af en las op 17 juni collega’s (NVLJ) een column voor. Kijk even naar het 4 min filmpje van Nieuwsgrazer hieronder, want hij zegt het mooier dan ik het kan samenvatten, maar het komt hierop neer:

Wat leren we van de gang van zaken rond de recente berichtgeving over biggensterfte:
1. Actiegroepen als Varkens in Nood zijn handig met de media
2. Landbouw journalisten zijn (te?) betrokken bij de sector, waardoor ze een blinde vlek hebben voor wat door burgers als nieuws ervaren wordt.

Dus hoewel ruim 6 miljoen dode biggen per jaar voor de sector bekende cijfers zijn, zijn ze schokkend voor mensen buiten de sector. Dat we als journalisten niet meteen meelopen met iedere actiegroep, dat is goed. Maar een vooropgesteld gelijk, of zelfs een pavlov-reactie dat de actiegroepen het vast overdrijven of fout hebben, is niet goed. Dat is een betutteling die op censuur kan gaan lijken. (samenvatting Stef Severt, zie filmpje.)


Stef Severt over de berichtgeving van Varkens in Nood from Co Scholten on Vimeo.

Dus meer ‘bruggenbouwers’ en voelsprieten gevoeliger afstellen

Severt’s punt van de media handigheid van de ngos wás waar. Inmiddels heeft Varkens in Nood zichzelf voor een volgende keer behoorlijk gediskwalificeerd, na de kritiek van Trouw. Severt’s tweede punt lijkt me kloppen: landbouw journalisten staan, als je het over de spreekwoordelijke kloof burger-boer hebt, heel gezellig aan de kant van de boer. Severt pleit ervoor dat de journalisten meer heen en weer laveren over de kloof, dat ze de voelsprieten gevoeliger afstellen, en de sector informeren ook over kritische geluiden: “Het is belangrijk voor de sector kennis te nemen van gevoelens en denkbeelden die tegen hen gelden.”

Wat deed de varkenssector?
Maar niet alleen de landbouw journalistiek deed het bericht in eerste instantie af als geen nieuws, bekende cijfers. Vanuit de sector zelf werden de cijfers nergens overtuigend weerlegd. Toen Trouw en Foodlog dat wel deden werd daar niet op in gesprongen met een inhoudelijke discussie, maar was er weer berusting: zie je wel, dat “ze” ongelijk hadden.

Hoe had het anders gekund?

Zoals Willem Bruil hier aangeeft, had het wellicht ook anders gekund. De aandacht die Varkens in Nood weet los te maken had benut kunnen worden om dilemmas in de huidige varkenshouderij voor te leggen aan een breder publiek. Daarbij kunnen nieuwe Internet tools een belangrijke rol spelen. Voor het eerst in de geschiedenis hebben we mogelijkheden in handen om dat -laagdrempelig en goedkoop- te organiseren.
Op dit moment worden interactieve mogelijheden van het Web ondermaats benut in de agrarische hoek. Er zijn weliswaar veel mogelijheden te reageren, maar er is nergens een centraal, goed geleid, inhoudelijk en breed debat.

GUUS wil: Een platform voor verschillende betrokkenen

Naar aanleiding van de Varkens in Nood actie, of beter nog, lang daarvoor had ook een constructieve discussie kunnen ontstaan. GUUS wil een breed, continu ‘gesprek’ over alles wat met platteland te maken heeft. Platteland, om daarmee aan te geven dat het kloven overstijgt en breder is dan landbouw alleen. Dit gesprek moet plaatsvinden op neutraal terrein, onder deskundige leiding, en hypertransparant. Het is pas geslaagd, als verschillende soorten betrokkenen constructief mee gaan denken. Ik ben er van overtuigd dat als dat lukt, er veel te winnen is, voor iedereen.

Als voorbeeld verwijs ik opnieuw naar Foodlog. Het lukt daar om in één discussiedraad met behulp van verschillende soorten kennis: *de cijfers te ontrafelen en weerleggen; *de toelichting van Varkens in Nood te horen van een woordvoerder, en *de lezers te informeren met feiten uit de boerenpraktijk.

Een dergelijk platform lijkt me een belangrijke mogelijkheid om voelsprieten ‘over de kloof’ uit te steken. Toegegeven, je zult altijd maar een klein deel van de groepen bereiken. Daarom zullen daarbíj ook altijd goede agro-journalisten nodig hebben.

*De gang van zaken
Varkens in Nood kreeg aanvankelijk aandacht van de landelijke media voor hoge sterfte cijfers in de varkenssector door een rel te schoppen rond een incident van een niet-dode big in een kadaverton. Trouw kwam er achteraf in een hoofdredactioneel stuk van terug en gaf aan dat de cijfers misleidend waren: absoluut gezien sterven veel biggen, maar procentueel gezien is er een afname.
Ondanks deze diskwalificatie probeerde Varkens in Nood het opnieuw, door een werknemer binnen de destructie (Rendac) aan het woord te laten.

Interview met Dick Veerman, Foodlog

Op de vorige post over Foodlog kwamen reacties: dat het lastig is -op Foodlog- om in weinig tijd de essentie te vatten. Welnu, Dick Veerman, trekker van Foodlog, vat de inhoud van de laatste maanden ergens in een draad even samen:

“We zijn de laatste tijd nogal kritisch op NGO’s, al zijn we het ook op Albert Heijn. We prikken geheid door de onkunde van Wakker Dier (en heel recent ook Varkens in Nood, jk) heen. Steunen een middensegment kip en niet zozeer de biologische. Laten zelfs geen moment onbenut om te prikken in ‘biologisch’ waar dat links lijkt, maar in werkelijkheid een nichemarkt is om meer geld te verdienen. (…) Maar we steunden nota bene Albert Heijn in een tegenactie tegen Milieudefensie’s onterecht soja-actie.”

Verder licht Dick Veerman, elders de ambities voor wat betreft de rol van Foodlog toe:

buiten-parlementair parlement: een interactief net van interactieve media, waarin kennisdragers, ‘gewone’ mensen, bedrijven, boeren en NGO’s elkaar ontmoeten in een goed leesbare (kijkbare?) debatten vol humor, ironie en seriosteit. Leuke en relevante content dus, die doet kijken en lezen. Rond eten barst het daarvan. Zelfs politci zouden zich ermee kunnen voeden …

En reageert hij inhoudelijk op de feedback van Dorine en Joost dat het veel tijd kost om de zich ontvouwende discussies op Foodlog te volgen, door iets over de toekomstplannen te vertellen in zijn commentaar op de vorige post over foodlog:

Daarvoor denken wij aan een ge-edite vorm van de draden, die we eens per week als hetzij online, hetzij als fysiek weekblad uitgeven. Het tweede is nu niet realistisch om financiele redenen, tenzij foodlog daarvoor samenwerkingspartners zou vinden in de vorm van dag- of weekbladen.
Daarnaast zal foodlog een WIKI ontwikkelen waarin daadwerkelijk feiten worden vastgelegd. Dat wordt een los medium dat nauw met foodlog verbonden is: we noemen het de foodcyclopedia. De encyclopedie over eten van foodlog dus.
Vanmorgen sprak ik met Josien over mogelijkheden om elkaars netwerken te versterken en de voorwaarden voor interactief succes. Het is wellicht aardig om dat gesprek ook hier te voeren nav het opgenomen Skype-gesprek dat we hadden.

Dit zijn grote ambities. Maar nogmaals, we lopen op de zaken vooruit.
Dus hierbij de video opname van het interview:

Inleiding op de video

Niet alleen rond eten, maar ook rond landbouw en de inrichting van ons (platte)land, wemelt het van belangrijke verhalen. En van complexe zaken die het nodig hebben van verschillende perspectieven belicht te worden.

Hoe communiceren we open over het platteland en landbouw, zodanig dat we van elkaar leren?

Foodlog is een site, of een online krant, die hard op weg lijkt een mogelijk antwoord op die vraag te vinden. Foodlog gaat -net als in het vorige stukje op deze blog over varkens– over de kloof tussen enerzijds wat we eten en anderzijds wat we er (al lang niet meer allemaal) van weten. Hoewel bij Foodlog ook de culi-kok en foodie uit de voeten kan, gaat het best vaak over de bron van alle eten: akkerbouw, tuinbouw, veehouderij en visserij. Daarbij hebben de emoties en associaties die we hebben met ons voedsel, vaak iets te maken met die waarden die we aan platteland hechten. “Puur”, “ambachtelijk”, “volgens oud recept”: de voedselmarketing appelleert graag aan Ot-en-Sien-tijden. Veel burgers zien het platteland ook door die bril. Dat de werkelijkheid inmiddels anders is, soms stuitend anders, dat is een kloof waar zowel food professionals, als plattelands professionals mee te maken hebben. Onder de regelmatige reageerders van Foodlog zijn dan ook GUUSsers.

Ik vroeg initiatiefnemer en voortrekker van Foodlog, Dick Veerman, naar zowel inhoud als vorm van Foodlog. Onderstaande video is een opname van dat interview, dat we afgelopen week per video-telefoon hielden.

[blip.tv ?posts_id=2242947&dest=-1]

Samenvatting van de video
Veerman benadrukt in zijn antwoorden hoe een groep mensen rond een site, ieder vanuit zijn eigen deskundigheid en ervaring, bij kan dragen aan open en genuanceerde meningsvorming. Meningsvorming, die tegelijkertijd dus ook berichtgeving is. Het nieuws wordt gemaakt, dat wil zeggen, kritisch tegen het licht gehouden. Veerman haalt verschillende voorbeelden aan. De video wordt afgesloten met het doorprikken van de recente acties tegen soja in veevoeding, omdat soja een verband zou hebben met ontbossing.

Foodlog kijkt verder en vraagt hardop: “waarom wordt er bij de acties ingezet op terugdringen van vleesconsumptie?” Nederlandse vleesconsumptie draagt maar een heel klein percentage bij aan soja arealen in de wereld. Bovendien, als je het dan op die nederlandse veehouderij wilt gooien, kun je soja ook meteen helemaal uit die keten laten. Dat kan door het vervangen van soja eiwitten in diervoer met dierlijke eiwitten. Dierlijke eiwitten komen uit slachtafval afkomstig uit de humane voeding. Het blijkt dat gebruik van de bijprodukten uit de vleesindustrie in het voer van kippen en varkens 1) een siginificante bijdrage aan de reductie van onze sojabehoefte kan betekenen, 2) de meest duurzame verwaarding is van kostbare eiwitten en 3) een belangrijke bijdrage kan leveren aan dierwelzijn.

Maar die boodschap is complex en wellicht het grote publiek onwelgevallig.

Veerman:
“Milieudefensie geeft dat -onverwacht- dan ook toe, dat dit een mythe is, bij monde van Wouter van Eck, de man die de actie tegen de zgn. foute soja van AH leidt. Uiterst positief dat Van Eck de nuance weet aan te brengen en het op Foodlog hardop zegt.
Ongeveer 3 uur later stond het in het Agrarisch Dagblad. Had Vion, de diervoederindustrie of LTO-Nederland het gezegd dan was het verdacht geweest. Nu vonden ze het fijn dat gezegd werd, wat zij graag zouden zeggen maar inmiddels maar inslikken uit angst voor NGO’s en de ‘maatschappelijke gevoelens’ waartoe die inspireren.”

“Comunicatie over feiten is kennelijk buitengewoon ingewikkeld geworden: we hebben er nauwelijks platformen voor.”

*****************
Video wijzer Interview Dick “Foodlog” Veerman

Deze videowijer kan ondersteunend werken bij het kijken, en het kan helpen om te beoordelen of de video de moeite waard is om te kijken. De video duurt 13 minuten. Weinig tijd, en al bekend met wat Foodlog is: begin bij 7 min of bij 11 min voor de landbouw voorbeelden.

dick veerman – Utrecht
josien kapma – Portugal

0.0 start: Foodlog: wat is het en wat speelt er zich af?
2.00 min: hoe groot is Foodlog
2.40 min: wat is (de rol van) Foodlog
6.55 min: varkens castratie
8.50 min: simplex versus complex communiceren
11.0 min: de mythe rond soja en “Fout Vlees” gefileerd en uiteindelijk doorgeprikt

Zinnig debat over landbouw en platteland

Huidige discussies: Onderuit halen belangrijker dan samen opbouwen..

In het varkensrelletje waarover ik berichtte en wat binnen een bredere actie viel (zoals hier mooi ontleed), werd een incident uitvergroot in de hoop op publieks verontwaardiging. Er werd doorheen geprikt, het resultaat is dat een eerlijk en open, inhoudelijk debat niet meer mogelijk is. De sector is dus op zichzelf teruggeworpen om ontwikkel-richtingen uit te denken. Sectorspecialisten houden daarbij rekening met ‘de publieke opinie’ als een soort kwade en controlerende macht, maar kunnen niet optimaal beschikken over meningen en kennis uit die richting.

Op Trouw verschijnt een aardig bericht over een lovenswaardig initiatief van boeren in Friesland. De discussie begint nog redelijk maar loopt snel uit op een herhaling van zetten. Boeren en andere (‘échte’, zullen ze zelf zeggen) natuurliefhebbers zijn eerder verder van elkaar komen te staan dan dichterbij.

Zo hoeft het toch al lang niet meer?

De nieuwe Internet tools geven ons voor het eerst de mogelijkheid om -laagdrempelig- met mensen vanuit verschillende achtergronden toch samen te discussieren over zaken die ons allen aangaan. Maar ik zie nog maar op weinig plaatsen zinnig debat, althans niet over landbouw en platteland. De wereld wordt steeds complexer en er is bijna geen belangrijke kwestie meer te vinden waar slechts één partij de oplossing weet, betaalt, uitvoert en controleert. Kortom, er is meer dan ooit behoefte aan platformen waar we kennis kunnen uitwisselen, van elkaar kunnen leren. De technische mogelijkheden zijn er, waar blijft onze invulling?

Waar wordt gediscussieerd over platteland en lanbouw issues?

Op Ziezo.biz, Agrarisch Dagblad en de Boerderij is het allemaal een beetje hetzelfde: je kunt op álle van de vele tientallen berichten per dag reageren. Als er reacties komen, onstaat dus geen discussie, omdat het erg versnipperd is. Op sommige van de bloggers/columnisten van deze sites komen wat interessantere reacties, maar er wordt verder niets mee gedaan. Als er al geformuleerde standpunten uitkomen, dan worden die niet uitgedaagd of verder ontwikkeld. Uitkomsten of stellingen worden niet terug gemeld als resultaat, of opnieuw in de discussie gebracht.

Kortom mijn persoonlijke indruk: versnipperd, niet over themas maar over de waan van de dag, hoog aantal zwabberige of flauwige reacties. Geen inhoudelijke discussies waarbij standpunten uitgediept worden.

De rol van GUUS: hoe kan GUUS bijdragen?

Binnen het GUUS team gingen we ervan uit dat platteland zoveel onderwerpen en facetten kent, en zoveel verschillende betrokkenen en geografische regios, dat het totaal onzinnig is om te verwachten dat je op één enkele site of op één enkel platform, recht kunt doen aan al die zaken. Daarom is GUUS gestart met als doel om links te delen op GUUS.net, zodat de weg gewezen werd naar plaatsen waar interessante deel-discussies plaatsvonden, of waar standpunten binnen de eigen omgeving ontwikkeld of gepresenteerd werden.

GUUS slaagt er ook in om via de gedeelde links en blogs content te ontsluiten. Er zijn mede onder invloed van GUUS zelfs goede blogs bijgekomen. En op de blogs komen mooie gedachten aan bod, maar eigenlijk alleen die van de blogger zelf: er vindt nog altijd weinig uitwisseling plaats.

Op Twitter klinken steeds meer landbouw en plattelands stemmen. GUUS verbindt en scant, maar 140 tekens is toch wat weinig voor standpunt ontwikkeling.

Per saldo stel ik vast dat het uitwisselen van links, zelfs al zijn ze voorzien van een persoonlijk commentaar, niet voldoende spannend is. Eens? Oneens?

En wat dan wel? Of wil ik te snel?

Kunnen we via GUUS een platform ontwikkelen waar verschillende betrokkenen zinnig met elkaar in debat gaan? Is dat op deze blog?  Op de Platteland2.0 ning? Of wellicht via een debat site van Agrarisch Dagblad of Boerderij?

Foodlog.nl: waar ze wel iets weten over eten

Foodlog.nl is een spraakmakend blog rond voedsel en heeft daarmee belangrijke raakvlakken met landbouw en platteland. Foodlog is een groep mensen rond een ‘interactieve krant’; een nieuw fenomeen dat het midden houdt tussen discussie, journalistiek en onderzoek. Foodlog is zowel qua inhoud (van grond tot mond) als qua vorm (online platform) interessant voor GUUS. Ik heb nader kennis gemaakt met Foodlog en diens initiatiefnemer en trekker, Dick Veerman. Een (video) interview met Veerman volgt, als opmaat deze inleiding over Foodlog, van zijn eigen hand.

door: Dick Veerman, bewerking van een artikel in Uitgeven 2009, InCT Jaarboek

Foodlog, Inhoud:

Journalisten zijn vergeten te vragen naar het echte verhaal achter ons dagelijkse eten

Letterlijk een handjevol mensen besluit wat honderden miljoenen andere eten. Communicatief hebben ze het rijk alleen. Voedsel komt tot stand in technische processen achter gesloten deuren en blinde muren. Wet- en regelgevers die reclame- en gezondheidsclaims moeten beoordelen, zijn het spoor achter de technische ins en outs van voeding bijster.
Consumenten kunnen niet meer weten waarmee ze worden gevoed. De technologie en massaliteit die gebruikt worden om het voedsel goedkoop te kunnen maken, onttrekken zich aan hun blik. Ze denken dat varkens en kippen nog net zo gehouden kunnen worden als in de tijd van Ot en Sien.  Dat komt mede omdat journalisten vergaten hen beter te informeren.

Niet verbannen
Journalisten schrikken van moderne dierhouderijvormen. Ze realiseren zich niet wat er gebeurt als die Nederland uit worden gejaagd. In minder betrokken landen zullen ze verder groeien. Het verbannen van de bio-industrie uit Nederland is niet de oplossing. Het is waarschijnlijker dat we in onze contreien veel kunnen betekenen voor de ontwikkeling van zowel diervriendelijker als minder milieubelastende dierhouderijvormen.

Verdwijnend vers
In de massale processen van de moderne voedselproductie gebeuren dingen die de normaalste zaak van de wereld zijn. Alleen niet in de belevingswereld van consumenten, noch in die van hun journalisten.
Wie begrijpt dat fabrikanten ernaar moeten streven om hun spullen in maximaal twee fabrieken in de wereld in enorme volumes te maken? Dat is immers het voordeligst, want ze zijn met weinig en moeten met elkaar concurreren. Dat is goed voor consumenten.
Het heeft ook consequenties. Voedingsproducten moeten houdbaar gemaakt worden. Liefst heel lang. Vers verdwijnt daardoor van het toneel.

Er zijn wetenschappers die de economische push achter de productieverandering in onze voedselvoorziening zien als basis voor een flink aantal degeneratieve ziekten. Toch staan daar nauwelijks mensen bij stil. We introduceren liever een Ik Kies Bewust-logo, dat de werkelijke vraagstukken verbloemt.

Ook niet bij het feit dat de keuze verdwijnt: er is veel van hetzelfde. Bijzondere producten verdwijnen. Die verkopen immers niet in voldoende aantallen. Is dat erg? We eten er in ieder geval minder gevarieerd door en dat lijkt voedingstheoretisch ook al geen gewenste bijwerking.

Romantisch genept
Dat consumenten van dit soort zaken niet op de hoogte zijn, ligt niet aan hen, maar aan degenen die hen informeren. Eetschrijvers bijvoorbeeld schrijven meestal over culinaire zaken en extremen, zoals kikkerbillen, foie gras, vergeten geconfijte pastinaken en ander langzaam eten. De realiteit is alleen een andere. Ons eten wordt fast gemaakt. Anders zou het onbetaalbaar worden. Dat is de dominante praktijk. Alleen wil de commercie ons nog wat laten doordromen in de wereld van Ot en Sien.

Het romantische beeld van de gedroomde werkelijkheid en de realiteit van de echte botsen knalhard. Live op Foodlog.

Foodlog.nl is kritisch maar zet zich niet af tegen moderne manieren van voedsel produceren. Ieder proces heeft zijn criticus nodig om scherp te blijven, ook voedselproductie. De site is even kritisch op biologisch als op gentech en net zo kritisch op ambachtelijk als op industrieel.

Foodlog, Vorm:

Een interactieve onlinekrant kan een maatschappelijke rol vervullen

Kennis is spannende content
Er zijn zo veel verschrikkelijke, spannende en vrolijk stemmende verhalen te vertellen over eten en wat er allemaal gebeurt om het te maken en op ons bord te krijgen. En al die verhalen worden door de burgers, consumenten, als groot nieuws gelezen of als de werkelijkheid die science fiction in het ongelofelijke overtreft.

Toekomst
Foodlog.nl bestaat sinds eind 2005. De site startte in de voorhoede van de eetbloghype en ontwikkelde zich tot een kritisch blad over voeding en voedingsindustrie, zonder print en vrijwel 24 uur van de dag in beweging. De site speelt een rol als elektronische krant in het nieuwe landschap van journalistiek en publicistiek.

In drie jaar ontwikkelde foodlog.nl zich tot een daadwerkelijk interactief medium. Van een blog met reacties, werd het tot een discussieplatform waarin interactief standpunten worden onderzocht en aan waarheidsvinding wordt gedaan.
Gaandeweg hebben ook wetenschappers en vakmensen zich bij reageerders gevoegd. Zij worden langzamerhand medebepalend door het aandragen van feiten, meningen en perspectieven die de beeldvorming rond actuele onderwerpen of door foodlog.nl zelf geagendeerde onderwerpen verhelderen. Die trend lijkt zich voort te zetten.

Daarmee komen we op de maatschappelijke rol die een interactieve onlinekrant kennelijk kan vervullen. In een interview met VMT zei ik medio vorig jaar, dat zowel het publiek als de politiek en bedrijven zich begonnen te realiseren dat de site niet rood, blauw, groen of paars is, maar op een onderhoudende, debatterende manier zoekt naar perspectieven en feiten.

Ik raak er steeds meer van overtuigd dat het blog zowel een krant als een medium voor directe democratie kan zijn. Nieuwe technologie en het doorbreken van het taboe dat je in het openbaar niet fel met elkaar kunt discussiëren, brengen spontaan de oervorm van de democratie terug. Journalist en programmamaker Wouter Klootwijk zei me kortgeleden over de positionering (hij zou het woord nooit gebruiken) van foodlog: ‘Naar foodlog ga je als er een relletje is en je wilt weten hoe het echt zit, zonder bullshit, met iedereen erbij.’ Nieuws en hoe we ermee om kunnen gaan, vloeien samen. Dat is in ieder geval waar ik naar streef.

door: Dick Veerman, bewerking van een artikel in Uitgeven 2009, InCT Jaarboek

Gezond verstand nodig voor een gezonde sector

Gister een klein relletje: een filmpje duikt op van een big die niet helemaal dood is in een kadaverbak. Gemaakt door een wandelaar die langs een kadaverbak van een varkensbedrijf wandelt en een geluid hoort. Ze ontdekt een nog levend biggetje tussen de kadavers in de bak, maakt het filmpje en vervolgt de wandeling. Ze heeft niet met de boer, een dierenarts, of de politie overlegd. Achteraf is het filmpje doorgestuurd naar Varkens in Nood.

Varkens in Nood brengt het, de Telegraaf plaatst het, de varkensboer wordt volledig aan de schandpaal genageld.

Op Omroep Brabant waar het nieuws ook overgenomen werd, zijn de reacties in eerste instantie overwegend andersom: de mevrouw heeft nagelaten “het biggetje in doodsnood” te redden. Ze wordt via Google ontmaskerd als dierenactiviste en zou slechts uit zijn op publiciteit. Of, een andere lezing, de big zou alleen maar stuiptrekkingen vertonen.

Dit zegt weer iets over de brede kloof tussen burger en boer, consument en producent. Of liever, tussen wat we eten en wat we erover (willen) weten.

Wat we (bijna) allemaal eten: broodje ham, spekjes in de stamppot of karbonade -varkensvlees.

Wat we allemaal (kunnen) weten:

  • In 2008 werden in NL ruim 14 miljoen varkens geslacht (cbs). Tussen geboorte en aflevering, valt zeker 10% uit. Jaarlijks gaan er dus nog 1,4 miljoen biggen extra dood, die in de kadaverbakken terechtkomen. Maar de anderen gaan ook dood, namelijk omdat ze geslacht worden en in de supermarkt belanden.
  • Een stervende big mag niet in de kadaverbakken terecht komen. Als dit toch gebeurt zit er iets fout in de bedrijfsvoering, en dat is verwijtbaar.

Maar aan beide kanten roepen mensen die dit niet willen weten het hardst. De harde veroordelingen over en weer maken een wezenlijk debat over wat we vínden van dit produktiesysteem onmogelijk. We kunnen het er bijna niet meer over hebben omdat mensen in een kramp schieten als er iets speelt.
Een boer verzucht: “maar het valt niet meer uit te leggen wat we doen”, en zijn gelijk blijkt uit deze ophef, terwijl het belangrijk is wél uit te leggen wat boeren doen.

Hoe krijgen we meer gezond verstand in het debat?

(foto: biggen op modern bedrijf in Portugal, jk. Met dank aan nieuwsgrazer)

AANVULLING 14 juni: zie deze brief van Trouw hoofdredacteur Willem Schoonen, waarin hij achtergronden geeft en nuanceert: biggensterfte daalt, en is het laagst in de reguliere sector.