GUUS-tival: online leren over web2.0 en platteland

UPDATE per 19 januari: er zijn al bijna 100 geinteresseerden, daarom is inschrijven niet meer mogelijk. Voor wie nog interesse heeft: De kans is groot dat er herhalingstrajecten komen, volg deze blog!

Heb je het gevoel dat er meer met web2.0 kan, maar kom je er steeds niet toe het te gaan doen? Probeerde je al dingen maar blijkt de meerwaarde maar niet? Wil je meer mensen ontdekken online, die relevant voor je zijn?

“Wij van GUUS” hebben ervaren dat web2.0 zinvol kan zijn voor je werk, voor je omgeving. We denken zelfs dat strategisch gebruik van web2.0 door meer mensen die het platteland een warm hart toedragen zinvol is voor het nederlandse platteland. Daarom steken we graag anderen aan.

Om te leren, te ervaren én te onderzoeken “Web2.0, wat kan ik er mee?” starten we een online leertraject, gedurende de hele maand februari.

Doel
Het leren, ervaren en onderzoeken: “Web2.0, wat kan ik er mee?”
Daarbij steken we in op zinvolle inhoud rond plattelandsthemas die deelnemers inbrengen, én op het bouwen en koesteren van een relevant netwerk.

Hoe
Een aanstekelijk, open leertraject rondom plattelandsontwikkeling en web2.0. Bestaande uit:

* een intensief online traject,
* een fysieke ontmoeting tussen deelnemers aan het eind van het traject, en
* als concrete output een publicatie over Platteland 2.0.

Deelnemers
GUUS-leden, mensen vanuit Netwerk Platteland (o.a. uit de Leader gebieden, en ambtenaren van gemeente & provincie die actief zijn op gebied van plattelandsontwikkeling), leden van ‘NBvP / Vrouwen van Nu’, en andere mensen die willen aanhaken.  (bijvoorbeeld betrokken plattelanders, ‘groene’ studenten, vanuit LTO, LNV, DLG, etcetera.)

Output
Actieve deelname zal opleveren: nieuwe en versterkte contacten, web2.0 vaardigheden en veel ideeën voor je werk en (potentiële) samenwerkingsverbanden rond thema platteland.

Opzet
Het leertraject loopt gedurende de hele maand februari (4 weken). Als curriculum dient materiaal voor online workshops over knowledge sharing en knowledge management, gericht op web2.0, bewerkt voor de nederlandse plattelandscontext. Twee facilitatoren gaan zich inzetten om er zowel op groepsnivo als voor individuele deelnemers alles uit te halen. Van deelnemers wordt een inzet van circa 5 uur per week verwacht, flexibel te besteden. Elke deelnemer werkt met de tools die het beste passen bij zijn of haar doelen; bijvoorbeeld blogs, LinkedIn, Twitter, Guus.net, ning. De facilitatoren geven feedback, coaching, delen eigen ervaringen en helpen met het weven van verbindingen tussen verschillende platforms, en het zichtbaar maken van de community in zijn volle breedte.

Wat heb je nodig?

  • Inzet   ~Het leertraject is relatief vrijblijvend en ook flexibel –men geeft een eigen invulling– maar geldt dat hoe actiever deelnemers zich inzetten, des te meer waarde men creëert.
  • Geen voorkennis   ~wel leergierigheid en bereidheid om erin te duiken.
  • Tijd   ~zoals gezegd, een gemiddelde inzet van 5 uur per week is een goede richtlijn. We gaan er van uit dat mensen zowel op hun werk als thuis hieraan tijd besteden. Bijvoorbeeld overdag deelnemen aan een teleconferentie en ’s avonds thuis een blogpost schrijven.
  • Een computer met goede Internet verbinding.

Weet je al veel van web2.0?
Ook dan heeft het nut aan te haken! Je kunt op je eigen nivo aan de slag. Het gaat behalve om skills ook om het samen ontdekken wat we kunnen met web2.0.

Unconference
Aan het einde vindt een afsluitende tweedaagse unconference plaats, genaamd GUUStival. De ontmoeting is gericht op het naar boven halen en uitwerken van vragen, ideeën en kansen voor samenwerking die deelnemers met zich meedragen.

Kosten
Aan deelnemers wordt een vergoeding gevraagd, onder andere om de verblijfskosten tijdens de unconference te dekken. Verder geldt: “(bijna) Gratis, maar niet goedkoop”. Oftewel, dankzij financiers is dit traject per deelnemer financieel gezien heel toegankelijk. Dat past ook bij de doelen en bij web2.0. Het betekent níet dat er niks van ons verwacht mag worden. Omgekeerd verwachten wij heel wat van de deelnemers.

Wil je meer informatie of deelnemen?

stuur een mailtje
een reactie in de comments kan natuurlijk ook

Landbouw2.0… wat betekenen nieuwe tools voor het platteland?

door Herman Roozen, tekenaar van Opa

door Herman Roozen, tekenaar van Opa

(Dit is de tekst van een artikel van mij deze week in De Boerderij.)

“oh, die Kees heb ik laatst een keer gesproken op EuroTier, maar ik ken hem inmiddels al wat beter want we zitten allebei op Hyves”

“mooi, hè, die nieuwe fiets van mijn dochter. Gevonden op Marktplaats”

“ik las op melkquotum prikbord dat de maisprijs sterk daalt de laatste dagen”

“heb je dat filmpje van mijn nieuwe trekker al gezien? op youtube, ik stuur je de link wel”

“ja hoor, het gaat ze goed in Denemarken. Heb je de blog niet gelezen dan?; ze bouwen een nieuwe stal. Je kunt ze ook even skypen”

Web2.0?

Deze gesprekken gaan allemaal over web2.0. Web2.0 is een verzamelnaam voor een nieuwe generatie Internet toepassingen: Hyves, MSN, YouTube, blogs, marktplaats, discussie forums. Iedere gebruiker kan zijn bijdrage plaatsen en die is door anderen te bekijken. De een vindt het een verstikkende brei van laagwaardige informatie en onzin, de ander ziet de grootste revolutie sinds de boekdrukkunst. Wat betekent web2.0 voor de landbouw en voor het platteland?

Gebruiker centraal

Het Internet bestaat al even. Nieuw is dat grote groepen gebruikers nu de mogelijkheden ervan ontdekken. De web2.0 toepassingen hebben gemeen dat ze de gebruikers een centrale en actieve rol toebedelen. Iedereen kan zijn bijdragen plaatsen. De inhoud, of dat nu text, fotos, muziek of video zijn, is ook weer openbaar te bezichtigen op het Internet. Een blog of een filmpje is -letterlijk- in een paar muisklikken gepubliceerd op het net. Daarbij komt dat de prijs van technologie is ingeklapt; processor capaciteit, bandbreedte, geheugenruimte, en PC’s kosten nog maar een fractie van wat ze vroeger kostten. Het gevolg is dat miljoenen mensen blogs vullen met wat hen bezighoudt, en videos uploaden over de meest onwaarschijnlijke onderwerpen. De waardevolle, correcte, informatie sneeuwt onder en is straks niet meer te vinden, vrezen velen. Informatie en communicatie zijn opeens veranderd van duur en schaars, in een doorlopende stroom die concurreert om onze aandacht. Wat heeft die overweldigende brij van laagwaardige informatie voor zin?

Informatie-brij filteren

De informatie op blogs of netwerksites zoals Hyves is lang niet altijd interessant. Wie wil weten wat Jeffrey in Minnesota vandaag heeft gegeten? Wat heb je daaraan? De sleutel ligt in ons eigen gedrag: bij de oude media laten we het filteren aan de redactie over, op web2.0 moeten we zelf actief gaan filteren. Stel dat melkveehouder Elling in Emmen, die in dubio stond of hij nu wel of niet moet switchen naar automatisch melken, een weblog zou hebben gemaakt over zijn afwegingen. Als een ander voor dezelfde keuze staat, dan interesseert het hem of haar wél. Vroeger zou Elling onvindbaar zijn geweest. Nu niet langer. Web2.0 haalt profielinformatie en conversaties in de openbare ruimte van Internet, en daarmee zijn deze doorzoekbaar, en ook na verloop van tijd nog terug te vinden. Je kunt dus allerlei gelijkgestemde mensen vinden, en makkelijk benaderen. Contact onderhouden wordt helemaal makkelijk: is iemand eenmaal je “vriend” dan krijg je vaak automatisch updates van zijn of haar wel en wee. Internet is een ontmoetingsplaats geworden.

Gemeenschappen

Zo ontstaan allerlei elkaar los-vaste netwerken, van mensen die iets gemeen hebben en die elkaar min of meer volgen: communities. In plaats van de hoofdredactie (oude media) gebruik je elkaar om te attenderen en selecteren in nieuws en informatie. Dit heeft gevolgen op drie terreinen:

  • Persoonlijke manier van werken als boer

Ons informatie dieet verandert. Naast het dagmenu van informatie via de vertrouwde kanalen, gaat ieder voor zich op zoek naar de hapjes die hij of zij het lekkerste vindt. Om je bedrijfscontacten en kennissenkring bij te houden zal web2.0 een heel gewoon hulpmiddel worden. Online contact is niet als surrogaat voor “echt” contact, maar vult de relatie met bekenden aan.

  • Boeren onderling

Boeren hebben een lange traditie in samenwerken. Zodra dit groter vormen aannam was een structuur nodig, met nieuwsbrieven en vergaderingen, en dus kosten. Die organisatie kosten kunnen dankzij web2.0 omlaag; bij flexibele, web-gebaseerde “non-organisaties”. Studieclub2.0 is op komst!

  • Boeren met derden

Web2.0 kan helpen om contacten met derden buiten de sector te stroomlijnen. Het boerenbedrijf krijgt steeds meer te maken met zaken die de landbouw sector overschrijden. Voelhorens naar de omgeving zijn belangrijk om kansen vroeg te ontdekken en om de maatschappelijke “license to operate” steeds opnieuw te waarborgen. Onder omgeving kan dan verstaan worden de directe geografische buurt, gemeente, regio, waarin het bedrijf zich bevindt, maar ook het wijdere krachtenveld van stakeholders die op enigerlei wijze de toekomst van het bedrijf beinvloeden. Web2.0 biedt belangrijke hulpmiddelen om voelhorens uit te zetten en te “luisteren” naar het web. Ook biedt web2.0 kansen om allianties aan te gaan die voorheen veel lastiger te organiseren waren. Een van de effecten van Internet wordt “The long tail” genoemd: Een boekhandel kan slechts een klein aantal titels op voorraad hebben, en kiest dus voor de bestsellers. Via Internet kunnen incourante titels allemaal samen toch voor een grote omzet zorgen. Bijvoorbeeld omdat de voorraad in een goedkoop pakhuis kan liggen. Door niche-produkten te poolen (na netwerken via web2.0) kan “the long tail” ook binnen bereik van kleinere ondernemers komen.

Kortom, met web2.0 verandert er meer dan dat Internet vol komt te staan met onzin. Er komen andere organisatie- en verdienmodellen in zicht, we hebben meer mogelijkheden om samen te werken.

Samenvatting van artikel met doorklikbare links van voorbeelden en tools.